Bewaren
Dit is een oorspronkelijk fictief verhaal. De personages, gesprekken en gebeurtenissen zijn verzonnen. Alleen de korte toelichting over het omgaan met vlees is gebaseerd op de vermelde bronnen.
1. Het deksel dat nergens op paste
Het rode deksel schoot uit Nora's handen en tikte tegen de plint. Onder het aanrecht bleef het liggen, precies buiten haar bereik. Ze zat al op haar knieën, met een vuilniszak naast zich en het onderste keukenkastje open. In dat kastje hadden drie ovenschalen, een stapel vergietjes en minstens twintig losse deksels jarenlang gedaan alsof ze bij elkaar hoorden.
‘Die bewaren,’ zei haar vader achter haar.
Nora keek over haar schouder. Evert stond in de deuropening met een opgevouwen boodschappentas tegen zijn borst. Zijn donkerblauwe vest hing open; uit één zak stak het potlood waarmee hij dozen nummerde.
‘Er is geen bakje meer bij, pap.’
‘Dat hoeft ook niet.’
Ze trok het deksel met de steel van een houten lepel naar zich toe. Er zat een witte kras overheen. Plotseling zag ze haar moeder weer met haar duim op zo'n deksel, wachtend tot de hete saus niet meer tegen de rand drukte voordat ze het openmaakte.
Op zondagavond kwam de babi pangang vroeger in een tas met een kartonnen bodem. Haar vader droeg die recht voor zich uit, alsof hij een schaal water vervoerde. Nora mocht het bakje vlees openen, Bas de rijst. Hun moeder hield de rode zoetzure saus even boven tafel en vroeg wie er al wat wilde. Bas zei altijd ja. Nora hield haar krokante stukjes liever nog droog.
‘Ik dacht dat we vanavond konden bestellen,’ zei Nora.
Evert zette de boodschappentas op het aanrecht. Hij haalde er gember, een fles azijn en een verpakt stuk varkensvlees uit.
‘Ik dacht dat we het konden maken.’
In de gang liep Mila langs met een doos tegen haar heup. Nora's veertienjarige dochter had haar mouwen opgestroopt en een streep stof op haar wang.
‘Opa heeft gisteren boodschappen gedaan,’ zei ze. ‘Hij heeft mij gevraagd voor de saus.’
Nora ging staan. Haar knieën deden pijn van de tegelvloer. Ze had een planning gemaakt met vertrekken, dozen en een tijdstip waarop iedereen naar huis kon. Koken stond daar niet tussen.
Volgende zaterdag verhuisde Evert naar een kleiner appartement. Het huis was verkocht. De koelkast moest leeg, de schuur uitgezocht, de servieskast verdeeld. Nora had vrije dagen geruild om vandaag te kunnen komen. Ze was vastbesloten haar vader tegen de avond een huis achter te laten waarin alleen nog de noodzakelijke spullen stonden.
‘Dit kost wel tijd,’ zei ze.
‘Eten ook als je het haalt.’
Hij legde het vlees in de koelkast en sloot de deur. Geen verwijt, geen uitleg. Dat maakte het lastiger om te antwoorden.
Nora draaide het rode deksel tussen haar vingers. Ze had het eten voorgesteld omdat ze even wilde ophouden met weggooien. Nu haar vader er zelf iets van maakte, voelde het alsof hij een nieuwe klus aan haar lijst toevoegde.
‘Goed,’ zei ze. ‘Dan eerst de eetkamer.’
Evert knikte. Hij nam het deksel van haar over en schoof het in de boodschappentas. Nora liet hem begaan. Er waren grotere dingen waarover ze die middag nog een besluit moesten nemen.
2. Tweeëntachtig centimeter
Bas kwam binnen toen Nora de laden van het dressoir uit de kast trok. Hij droeg een grijs sweatshirt en had de verhuiswagen voor volgende week bevestigd. Nog voor zijn jas goed hing, vroeg ze of hij de tafelpoten wilde bekijken.
‘Waarom?’
‘Omdat hij uit elkaar moet voor de verhuizing.’
Haar broer keek naar Evert. Hun vader zat bij het raam met de plattegrond van zijn appartement op zijn knieën.
‘Die tafel gaat niet mee,’ zei Evert.
Nora hield een lade vast. Achterin rolde een knikker van links naar rechts.
‘We hebben toch gezegd dat we hem zouden passen?’
‘Ik heb hem gepast.’
‘Op papier.’
‘Daar staan de maten op.’
Hij streek de plattegrond glad. Naast de keuken had hij een vierkant getekend, met aan twee kanten een klein streepje voor een stoel. Nora zette de lade op de grond. De lange eiken tafel was het enige meubel waar ze nog niet met gekleurde stickers omheen had gelopen.
‘Met de korte kant tegen de muur kan deze best,’ zei ze.
‘Dan kom ik niet bij het raam.’
‘Je kunt hem een stukje opschuiven.’
Evert keek naar Bas. ‘Heb jij het meetlint?’
Bas trok het uit zijn broekzak. Mila haalde schilderstape uit een doos. Samen maakten ze op de lege vloer naast de tafel een vierkant van tweeëntachtig centimeter. Evert wees haar waar de stoelen zouden staan. Ze ging op haar hurken zitten en plakte een extra strook voor de ruimte om naar achteren te schuiven.
Nora bleef met haar hand op het tafelblad staan. Bij haar pink zat een ondiepe deuk. Daar had Bas ooit een moer op gelegd en met een speelgoedhamer geslagen. Onder de rand zat nog de schroef waarmee hun moeder een losgeraakte verbinding had vastgezet.
‘Met vier mensen wordt dat krap,’ zei Nora.
‘Dan zet ik hem midden in de kamer.’
‘En met zes?’
‘Dan moeten we iets verzinnen.’
Hij zei het opgewekt genoeg om haar te ergeren. Zij probeerde een probleem op te lossen dat hij kennelijk nog niet wilde zien.
Bas hurkte bij het vierkant. ‘Dit is wel fijner voor elke dag.’
Nora hoorde vooral dat hij het al met hun vader eens was.
‘Wisten jullie dit al?’
‘Pap heeft me gevraagd naar tafels te kijken.’
‘Wanneer?’
‘Vorige vrijdag.’
Ze pakte de lege lade weer op, hoewel er nog nergens plaats voor was. Bas kwam op vrijdag vaker langs; dat wist ze. Ze had alleen niet begrepen dat er dan ook beslissingen werden genomen.
Mila stond op uit het tapevierkant. ‘Je kunt hier trouwens prima eten. Als je je ellebogen bij je houdt.’
Niemand lachte. Evert vouwde de plattegrond zorgvuldig dicht.
‘Ik wil die kleine tafel,’ zei hij. ‘Daar heb ik al naar gekeken. Voor de grote zoek ik nog iemand.’
Nora zette de lade harder neer dan nodig was. Ze zag haar dochter even naar Bas kijken en vervolgens weer naar de vloer. Buiten sloeg een autodeur dicht. Binnen hoorde je alleen het oprollen van het meetlint, een kort metalen ratelen dat eindigde in Bas' hand.
3. Wat er vrijdag op tafel stond
In de keuken depte Evert het vlees droog. Nora ruimde de verpakking op en waste haar handen. Ze trok haar roestkleurige trui bij de polsen omhoog. Haar vader had een donkergroen schort omgedaan dat vroeger vooral in de la lag. Hij zette het vlees op een rooster boven een braadslede en bekeek het alsof hij nog ergens op wachtte.
‘Heb je dit eerder gemaakt?’ vroeg ze.
‘Niet precies zo.’
‘Dan hadden we toch beter kunnen bestellen?’
Hij schoof de braadslede in de oven en deed met een ovenwant de deur dicht.
‘Ik wilde het proberen.’
Nora pakte de snijplank waarop hij had gewerkt en zette die bij de afwas. Voor Mila legde ze een schone plank klaar. Haar dochter hield een stuk gember omhoog.
‘Hoeveel hiervan?’
Evert brak een kleiner stukje af. ‘Hiermee beginnen. Je kunt straks proeven.’
Het was een kalmte die Nora zich uit haar jeugd niet herinnerde. Toen vroeg hij meestal wanneer het eten klaar was.
Bas stond in de achterdeur met een stapel lege dozen. ‘Waar wil je deze?’
‘Naast de trap,’ zei Nora.
Hij bleef nog even staan. Evert keek naar de oven, Mila naar haar rasp. Nora begreep dat haar broer op haar wachtte.
Ze liep met hem mee naar de gang.
‘Wat eten jullie op vrijdag?’ vroeg ze.
‘Van alles. Soms haal ik wat.’
‘En dan bespreken jullie de verhuizing.’
‘Soms. Ook voetbal. Of er iets met de auto is.’
‘Je had me kunnen bellen over die tafel.’
Bas zette de dozen neer. ‘Pap wilde het zelf vertellen.’
Nora streek een omgekrulde strook tape glad. Ze kon moeilijk zeggen dat haar vader dat niet mocht.
‘Ik heb je een paar keer gevraagd om ook te komen,’ zei Bas.
‘Vrijdag kan ik bijna nooit.’
‘Dat weet ik.’
‘Ik haal Mila van training. Ik moet nog boodschappen doen. Tegen de tijd dat ik hier ben, ’
‘Nora. Ik zeg niet dat je iets fout hebt gedaan.’
Dat was precies het moment waarop ze merkte dat ze zich verdedigde.
Na hun moeders dood, anderhalf jaar geleden, had Nora de administratie bijgehouden. Ze had afspraken genoteerd, verkoopmakelaars vergeleken en uitgezocht welke verzekeringen haar vader mee kon nemen. Bas had meer avonden vrij. Hij kwam eten en keek of het lampje boven de achterdeur het weer deed. Nora vond hun verdeling praktisch. Vandaag had ze voor het eerst last van wat ze daardoor miste.
‘Ik hoor dingen steeds als ze al besloten zijn,’ zei ze.
Bas leunde tegen de muur. ‘Je vraagt ook vaak eerst wat er nog moet gebeuren.’
‘Er moet nogal veel gebeuren.’
‘Ja.’
Dat ene woord gaf haar nergens houvast. Hij ging niet ontkennen hoeveel ze deed, maar hij trok zijn opmerking ook niet terug.
Uit de keuken klonk Mila's stem. Ze vroeg of er meer azijn in de saus mocht. Evert antwoordde dat ze eerst een schone lepel moest pakken.
Nora keek naar de dozen naast de trap. ‘Ik dacht dat hij het hier moeilijk vond zonder mam.’
‘Dat vindt hij soms,’ zei Bas. ‘Hij vindt ook dat er te veel kamers zijn om schoon te houden.’
Ze haalde haar telefoon uit haar zak en legde hem op het dressoir. De lijst met taken bleef ongeopend.
4. De eerste lepel saus
Mila had een rood spoor op het aanrecht gemaakt. Van de pan liep het naar een schoteltje, en daarvandaan naar de achterkant van haar hand. Nora pakte een doek.
‘Niet alles tegelijk,’ zei ze, terwijl haar dochter de azijnfles alweer vastpakte.
‘Ik heb nog niks gedaan.’
‘Ik zie het.’
‘Dat is van de lepel.’
Evert schoof het schoteltje naar Nora toe. Op de bodem lag een dun laagje saus, rood met een oranje rand.
Ze proefde. Eerst kwam het zoete van de tomaat en suiker, daarna een scherp randje azijn. De gember bleef even op haar tong liggen.
‘Hij is nog wat vlak,’ zei ze.
‘Dat zei ik dus ook,’ antwoordde Mila.
Nora gaf de fles terug. ‘Een klein beetje. Dan roeren en weer proeven.’
Haar dochter schonk voorzichtig. Ze hield haar onderlip tussen haar tanden en zette de fles na een korte scheut weg. Evert keek toe zonder iets te zeggen.
‘Mam deed de saus nooit zelf,’ zei Nora.
‘Nee,’ zei Evert. ‘Die haalde ze.’
‘Ik weet het. Ik bedoel: dit is niet helemaal die smaak.’
Hij nam met een schone lepel ook een beetje. ‘Dat zal wel.’
Nora keek hem aan. ‘Je vindt dat niet erg?’
‘Ik heb geen restaurantkeuken.’
Mila moest lachen. De saus pruttelde zacht; ze draaide het vuur lager. Nora dacht aan de warme bakjes van vroeger, aan de korte wandeling van de auto naar de voordeur en haar moeders vaste vraag of er genoeg was. Ze had verwacht dat die herinnering bij de eerste hap vanzelf terug zou komen. Nu stond ze in dezelfde keuken en klonk vooral haar eigen stem te streng.
‘Sorry,’ zei ze tegen Mila. ‘Jij bent aan het koken en ik sta meteen alles te beoordelen.’
Haar dochter trok haar schouders op, maar ze schoof wel het schoteltje opnieuw naar haar toe.
‘Deze is beter.’
Nora proefde nog eens. De saus had meer spanning gekregen. ‘Ja. Deze zou ik bewaren.’
‘In opa's deksel?’
Evert tikte met zijn lepel tegen de pan. ‘Daar past verdacht weinig in.’
Bas kwam binnen om borden te pakken. Hij trok het verkeerde kastje open; achter de deur stonden alleen nog lege planken. Even hield hij zijn hand op de greep.
‘Boven de koelkast,’ zei Evert.
Nora keek naar haar broer. Ook hij wist niet meer alles te vinden. Dat stelde haar meer gerust dan ze redelijk vond.
Ze zette vier schone kommetjes klaar voor de saus. Mila vulde er alvast één om de kleur te bekijken. Op het witte porselein leek het rood feller dan in de pan.
‘Apart dus?’ vroeg ze.
‘Voor mij wel,’ zei Nora. ‘Dan hoor je het vlees nog als je erin bijt.’
‘Ik wil hem erover,’ zei Bas vanuit de eetkamer.
‘Je krijgt een lepel.’
Het antwoord kwam zo vanzelf dat Nora glimlachte. Evert glimlachte terug, kort, terwijl hij de rand van het aanrecht schoonveegde.
Daarna vroeg hij haar de braadslede even te helpen draaien. Zij opende de oven, hij pakte met twee ovenwanten het rooster vast. Ze moesten om elkaar heen bewegen in de smalle keuken. Ditmaal zei Nora niet dat hij het beter aan haar kon overlaten.
5. De koper die nog niet gebeld was
Terwijl het vlees verder gaarde, gingen ze terug naar de eetkamer. De lucht uit de oven trok achter hen aan: warm vet, geroosterde kruiden en iets zoets. Het tapevierkant lag nog op de vloer. Nora ging op de stoel zitten die haar moeder meestal had gebruikt.
‘Heb je al iemand voor de tafel?’ vroeg ze.
Evert schudde zijn hoofd. ‘Bas kent een stel dat meubels zoekt. Die kunnen maandag komen kijken.’
‘Alleen kijken,’ zei Bas.
Nora knikte. Ze liet haar vingers langs de onderkant van het blad gaan, tot ze de oude schroef voelde.
‘Ik zou hem kunnen nemen.’
‘Waar zet je hem dan?’ vroeg Mila.
Thuis had Nora een ronde tafel die precies tussen de keuken en de bank paste. Deze zou de doorgang naar de balkondeur afsluiten. Ze had dat zelf al gezien voordat ze haar aanbod deed.
‘Dat moeten we dan bekijken.’
Mila zei niets meer. Ze pakte een servet en begon het langs de vouw recht te strijken.
Evert schoof een stoel naar achteren en ging tegenover haar zitten.
‘Je hoeft hem niet te nemen om mij een plezier te doen.’
‘Ik vind het gewoon zonde.’
‘Ik ook. Daarom hoop ik dat iemand hem gebruikt.’
‘Je praat er zo makkelijk over.’
Hij keek naar het blad. Bij zijn elleboog zat een lichtere plek waar jarenlang een onderzetter had gelegen.
‘Ik heb er al langer over nagedacht.’
Nora merkte dat ze daarop geen antwoord had. Voor haar was de verhuizing een reeks deadlines. Voor haar vader was het ook iets geweest waar hij 's avonds in zijn eentje over zat te denken.
‘Ik wil straks vanaf mijn stoel naar buiten kunnen kijken,’ zei hij. ‘En opstaan zonder eerst een andere stoel weg te trekken.’
Bas ging op de vensterbank zitten. Mila hield het servet stil tussen haar handen.
‘Ik dacht dat je hem niet kwijt wilde,’ zei Nora.
‘Een tijd niet.’
‘Wanneer is dat veranderd?’
Evert streek met zijn duim over de lichte plek. ‘Ik weet geen dag. Op een gegeven moment begon ik naar kleinere tafels te kijken.’
Nora zag het vierkant op de vloer nu van de andere kant. Het was ongeveer zo groot als het stuk tafel waar haar vader dagelijks zijn bord, krant en koffiekop neerzette. De rest bleef leeg, behalve wanneer er bezoek kwam.
‘Je had me dat kunnen vertellen,’ zei ze.
‘Dat probeer ik vandaag.’
Er zat genoeg mildheid in zijn stem om het antwoord te laten landen. Nora knikte, met haar ogen op de knikker die naast de lege lade lag.
‘Laat ze maandag maar kijken.’
Bas pakte zijn telefoon. ‘Ik stuur dat straks.’
‘Ik wil wel even foto's maken,’ zei Nora. ‘Ook van die deuk.’
‘Die kun je beter niet in de advertentie zetten,’ zei Bas.
Ze lachte, voor het eerst die middag zonder zich meteen te herpakken.
Evert stond op toen de kookwekker ging. Nora volgde hem naar de keuken. Achter haar trok Mila de tape voorzichtig van de vloer. Het kwam in één lange strook los, met hier en daar een beetje stof eraan. Ze rolde het op tot een kleine kleverige bal en gooide die weg.
6. Een lege plek aan het aanrecht
De thermometer lag op een schoteltje naast de oven. Evert mat het vlees en wachtte tot het getal niet meer veranderde. Daarna maakte hij de korst onder toezicht nog wat krokanter. Nora bleef naast hem staan. Door het ovenraam zagen ze kleine bobbels op het oppervlak verschijnen.
‘Nu?’ vroeg ze.
‘Nog even.’
Ze liet haar hand van de ovengreep zakken. Het kostte moeite om niets te doen terwijl de buitenkant steeds donkerder werd. Haar vader hield zijn gezicht dicht bij het raam, maar opende de deur niet.
Toen hij tevreden was, zette hij de braadslede met ovenwanten op een hittebestendige onderzetter. Er klonk een droog tikje toen hij met de tang tegen de korst kwam.
Mila keek op van haar saus. ‘Dat klinkt goed.’
‘We zullen zien,’ zei Evert.
Ze lieten het vlees even rusten. Nora zette een schone plank en een schoon mes klaar. Haar vader pakte de plank zelf en schoof haar een beetje opzij om ruimte te maken.
‘Waarom vroeg je Mila voor de saus?’ vroeg Nora.
Evert keek naar zijn kleindochter, die met Bas de rijst naar de eetkamer bracht.
‘Omdat ze laatst zei dat ze iets wilde leren maken.’
‘Je had mij ook kunnen vragen.’
‘Dan was je misschien gisteren al met drie tassen hier geweest.’
Nora opende haar mond en sloot hem weer. Dat had ze waarschijnlijk gedaan.
‘Ik vind het niet erg om te helpen.’
‘Dat weet ik.’
Hij begon het vlees te snijden. Sommige stukken kraakten scherp, bij andere boog de korst eerst mee. Binnenin zag het vlees er gaar en sappig uit. Hij legde de repen op een schone schaal.
‘Ik vind het ook prettig als je gewoon komt,’ zei hij.
Nora keek naar de hoek van het aanrecht waar ze vroeger haar schooltas neergooide. Er stonden nu een rol tape en een stapel formulieren.
‘Ik weet soms niet wat ik hier dan moet doen.’
Evert hield het mes stil. ‘Je kunt vertellen hoe je week was.’
‘Die van jou vraag ik ook altijd.’
‘Meestal als we ergens heen rijden.’
Ze trok de rol tape naar zich toe en legde hem in een la die nog niet was ingepakt.
‘Ik wilde niet dat alles op jou neerkwam,’ zei ze.
‘Dat is ook niet gebeurd.’
Hij legde het mes neer. Nora veegde een kruimel van de plank, alleen om iets met haar hand te doen.
‘Maar ik wil wel zelf kunnen bedenken wat ik eet. En welke tafel ik koop.’
‘Ja.’
‘Ook als jij een andere handiger vindt.’
Ze keek hem aan. ‘Ja, pap.’
Het was nog geen afspraak, maar ze meende het. Hij nam de schaal vlees op en zette die dicht bij de rand, klaar om naar de eetkamer te dragen.
Mila kwam de kommetjes halen. Evert vulde ze en schoof het laatste naar Nora toe. Zij pakte het aan met twee handen. De rode saus glansde tegen het witte porselein. Haar vader stond tegenover haar, met kruimels op zijn schort en zijn leesbril boven op zijn hoofd.
‘Wil jij deze meenemen?’ vroeg hij.
‘Ja,’ zei ze. ‘Dat wil ik.’
7. Vier borden, vier manieren
Bas had de dozen van de stoelen gehaald. Op tafel stonden vier borden, rijst, komkommer en de schaal met het gesneden vlees. De saus kwam in aparte kommetjes. Het zag er minder strak uit dan Nora had gehoopt: sommige repen waren dikker dan andere, één rand was wat donker geworden en Mila had een druppel op een servet gemorst.
Evert ging zitten en trok zijn stoel dichterbij. Nora bleef nog even staan om een foto te maken.
‘Van de tafel,’ zei ze toen Bas zijn wenkbrauwen optrok.
‘Natuurlijk.’
Ze maakte ook een foto van zijn bord en ging toen naast Mila zitten.
Bas schepte saus over de helft van zijn vlees. Mila doopte een hoekje in haar kommetje. Evert legde eerst een reep op zijn rijst en nam een hap zonder saus.
Nora koos een klein stukje met een dikke korst. Het brak hoorbaar tussen haar tanden. Ze proefde geroosterd vlees, zout en de warme kruiden die haar vader had gebruikt.
De volgende hap nam ze met saus. Het zoetzure trok door het vet heen; de gember was nog duidelijk aanwezig. Ze dacht even aan het oude bakje uit het restaurant, maar deze saus was scherper, het vlees ongelijkmatiger. Evert keek naar haar terwijl hij kauwde.
‘En?’
‘Lekker.’
‘Zoals vroeger?’ vroeg Mila.
Nora keek naar haar dochter. ‘Het lijkt erop. Jouw saus is anders.’
‘Goed anders?’
‘Ja. Ik wil nog een beetje.’
Mila schoof de pan naar Bas, die dichterbij zat. Hij vulde Nora's kommetje en gaf het terug zonder het over haar vlees te gieten.
Een tijdje werd er alleen gevraagd om rijst en komkommer. Evert vertelde dat zijn nieuwe balkon in de ochtend zon kreeg. Mila vroeg of daar een plant op kon. Bas had een pot over. Nora hoorde zichzelf beginnen over de ruimte die zo'n pot zou innemen en hield halverwege op.
‘Wat voor plant wil je?’ vroeg ze in plaats daarvan.
‘Dat moet ik nog bekijken,’ zei haar vader.
Hij nam nog een stuk vlees. Zijn antwoord hoefde die avond nergens toe te leiden.
Na het tweede bord pakte Nora haar telefoon. Ze opende haar agenda.
‘Over twee weken kan ik vrijdag wel. Mila heeft dan geen training.’
Bas keek naar Evert. ‘Ik kan ook.’
‘Dan zijn we met vier,’ zei Mila.
Evert zette zijn vork neer. ‘Maar jullie hoeven niet iedere vrijdag.’
‘Nee,’ zei Nora. ‘Deze vrijdag kunnen we.’
Hij knikte. Dat verschil begreep hij kennelijk meteen.
‘Zal ik eten meenemen?’ vroeg Bas.
‘Ik wil mijn nieuwe keuken proberen,’ zei Evert. ‘Jij kunt helpen.’
Nora zette alleen de afspraak in haar agenda. Ze maakte geen boodschappenlijst en vroeg niet hoe laat het eten klaar moest zijn.
Mila vertelde vervolgens over een presentatie op school waarvoor ze een filmpje wilde maken. Nora wist dat de opdracht bestond, maar niet dat haar dochter bang was dat haar stem op de opname raar zou klinken. Bas zei dat iedereen zijn eigen stem raar vond. Evert vroeg of ze het hem wilde laten horen.
Toen Nora haar bord leeg had, lag er nog één knapperig stukje op de schaal. Ze brak het doormidden en schoof de helft naar Mila. Haar dochter doopte het in de saus. Nora at haar helft zo.
8. Wat mee mocht
Na het eten maakten ze de keuken schoon. Bas waste de grote spullen af, Mila droogde de kommetjes en Nora ruimde het resterende eten op. Evert liep naar de gang en kwam terug met een lege doos.
‘Deze voor wat ik de eerste avond nodig heb,’ zei hij.
Hij legde er twee borden in, twee mokken, een klein pannetje en zijn koffiefilterhouder. Nora pakte automatisch nog twee borden uit de kast, maar legde ze terug.
‘De andere gaan wel in een gewone doos,’ zei ze.
‘Ja.’
Hij koos ook het schilmesje met het versleten handvat. Niet het nieuwe dat Nora voor hem had gekocht. Ze zag hem beide even vasthouden voordat hij het oude inpakte.
‘Dat nieuwe snijdt ook goed,’ zei hij. ‘Maar dit ligt fijner.’
‘Neem ze allebei mee.’
Evert keek in de doos. ‘Dat past nog wel.’
De tafel was nog groot, de verhuizing nog niet gebeurd. Toch kon Nora zich nu voorstellen dat hij volgende week ergens anders zijn aardappels zou schillen.
Uit de boodschappentas haalde hij het rode deksel. Hij draaide het om, bekeek de kras en legde het op het aanrecht.
‘Wil jij dit eigenlijk?’ vroeg hij.
Nora lachte. ‘Jij zei dat het bewaard moest worden.’
‘Omdat jij het weggooide voordat ik had gekeken.’
Ze nam het aan. De rand was iets vervormd. Het was geen bijzonder voorwerp, zelfs geen bruikbaar bakje. Ze dacht aan haar moeder die stoom langs haar vingers liet ontsnappen en tegen Bas zei dat hij even moest wachten.
‘Ik weet niet wat ik ermee moet,’ zei ze.
‘Dan laat je het hier nog even liggen.’
Nora zette het rechtop tegen de tegelwand. Daar kon het blijven tot zaterdag. Ze hoefde vanavond niet te beslissen of het een herinnering of afval was.
Mila bracht het laatste droge kommetje. Evert wikkelde het in een theedoek en stopte het bij de spullen voor de eerste avond. Hij trok de doek zorgvuldig om het oor van een mok heen, zodat het porselein niet tegen elkaar tikte.
Nora hield de doos open. Ze wachtte tot hij klaar was.
Bij de voordeur trok Mila haar jas aan. Bas ging nog even de schuur in om te kijken welke dozen zaterdag als eerste geladen moesten worden. Nora zocht haar autosleutel. Het huis rook nog naar gebraden vlees, afwasmiddel en de azijn uit de saus.
‘Zal ik je morgen bellen?’ vroeg ze.
‘Dat is goed.’
‘Gewoon bellen.’
Evert glimlachte. ‘Ik begrijp het.’
Hij liep met hen naar buiten. Nora zette Mila's tas op de achterbank en keek nog één keer door het verlichte raam. De tafel stond er kaal, behalve een vergeten servet. Maandag zouden er mensen komen kijken. Ze merkte dat ze nog steeds hoopte dat ze voorzichtig met het blad zouden omgaan.
‘Wel even vragen of ze hem echt gebruiken,’ zei ze.
‘Dat vraag ik,’ antwoordde Evert.
Ze omhelsde hem. Zijn vest rook naar de keuken. Daarna stapte ze in en wachtte tot Mila haar gordel vast had.
‘Opa kan best koken,’ zei haar dochter toen ze de straat uit reden.
‘Ja,’ zei Nora. ‘Dat had ik hem vaker kunnen laten doen.’
Op de eerstvolgende kruising hield ze stil voor een fietser. Achter haar ritselde Mila in haar tas. De vrijdagafspraak stond in Nora's agenda, zonder taken eronder. Voor die avond was dat genoeg.
In het kort
Soms verandert een familiegewoonte terwijl je bezig bent haar te bewaren. Nora kan de oude tafel missen en toch aanschuiven bij de nieuwe. Haar vader heeft al bedacht waar de stoelen komen.
Bronnen
Bronnen die de redactie heeft geraadpleegd en die je zelf kunt controleren.