01 -
Meng 250 g bloem met de instantgist en het zout. Voeg de koude boterblokjes toe en druk ze met je vingertoppen iets plat. Meng de koude melk er met een vork door. Breng het deeg kort met je handen samen. Laat boterstukjes zichtbaar en kneed niet glad.
02 -
Vorm een rechthoekige plak. Dek af en leg 30 minuten in de koelkast.
03 -
Bestuif het werkblad licht met een deel van de extra bloem. Rol het deeg uit tot ongeveer 20 bij 35 cm. Borstel losse bloem weg. Vouw het onderste derde naar binnen en het bovenste derde eroverheen. Dek af en koel 20 minuten. Herhaal dit nog twee keer. Draai het deeg voor elke nieuwe vouwbeurt een kwartslag en koel na iedere beurt 20 minuten.
04 -
Snijd het deeg in 36 ongeveer gelijke porties. Druk iedere portie voorzichtig tot een schijfje zonder opnieuw te kneden. Laat afgedekt 20 minuten rusten op een koele plek uit de zon.
05 -
Verdeel de kristalsuiker in kleine porties over het werkblad. Keer de deegschijfjes in de suiker en rol ze afzonderlijk uit tot dunne ovalen van ongeveer 10 bij 6 cm en 2 mm dik. Bedek beide kanten met suiker. Schud overtollige losse suiker af.
06 -
Leg de ovalen met minstens 2 cm tussenruimte op bakpapier. Koel de gevormde koekjes minstens 20 minuten. Verwarm de oven voor op 200 °C boven- en onderwarmte of 180 °C hetelucht. Gebruik een grote bakplaat van ongeveer 40 bij 35 cm.
07 -
Bak ongeveer 12 koekjes tegelijk midden in de oven gedurende 14-18 minuten. Controleer vanaf 12 minuten. Haal ze eruit zodra de randen goudbruin zijn en de suiker plaatselijk amberkleurig is. Bak de overige porties op dezelfde manier en houd ze tot het bakken gekoeld. Laat de bakplaat tussen de rondes afkoelen.
08 -
Laat de koekjes 5 minuten op de bakplaat rusten. Verplaats ze met een brede spatel naar een rooster. Laat volledig afkoelen voordat je ze serveert of in een koektrommel doet.