01 -
Snijd de koude, al bereide balkenbrij in plakken van ongeveer 1 cm dik. Dep zichtbaar vocht voorzichtig weg met keukenpapier.
02 -
Was de appels en verwijder de klokhuizen. Laat de schil zitten en snijd de appels in gelijkmatige partjes van ongeveer 1 cm dik.
03 -
Verwarm 15 g boter en de zonnebloemolie in een ruime koekenpan op middelhoog vuur. Laat de boter uitbruisen. Leg de balkenbrij in één laag in de pan en bak ongeveer 4-5 minuten zonder te verplaatsen, tot de onderkant goudbruin is en een stevige korst heeft.
04 -
Smelt ondertussen 10 g boter in een tweede koekenpan op middelhoog vuur. Voeg de appelpartjes toe en bak ze 6-8 minuten. Schep af en toe voorzichtig om. De appel moet lichtbruin en beetgaar zijn. Voeg de kaneel tijdens de laatste minuut toe.
05 -
Schuif een brede spatel volledig onder iedere plak balkenbrij en keer voorzichtig. Bak de tweede kant ongeveer 4-5 minuten. Verlaag het vuur als de buitenkant te snel donker wordt. Volg ook de bereidingsaanwijzingen op de verpakking en verhit de plakken door en door. Controleer bij twijfel met een schone voedselthermometer of de kern minstens 75 °C bereikt en houd die temperatuur 30 seconden aan. Verleng zo nodig de baktijd.
06 -
Verdeel de balkenbrij en appelpartjes over twee borden. Schenk op ieder bord 1 eetlepel stroop dun over de appel en een deel van de balkenbrij. Serveer meteen.