01 -
Verwarm de oven voor op 175 °C boven- en onderwarmte of 160 °C hetelucht. Vet de bodem en zijkant van een gesloten metalen bakvorm van 24 cm in met 5 g boter. Leg een passend rondje bakpapier op de bodem.
02 -
Roer 250 g zachte roomboter met de suiker, het vanille-extract, de citroenrasp en het zout tot een gelijkmatige massa. Gebruik een stevige spatel en klop het mengsel niet luchtig.
03 -
Voeg de bloem toe en meng kort met een spatel. Schraap langs de bodem van de kom. Druk de laatste kruimels met je hand samen tot een samenhangend deeg zonder zichtbare losse bloem. Proef het rauwe deeg niet.
04 -
Verdeel het deeg over de vorm en druk het overal even dik aan. Strijk glad met de bolle kant van een lepel. Leg eventueel tijdelijk een vel bakpapier op het deeg om plakken te voorkomen en verwijder dat daarna.
05 -
Bestrijk de bovenkant dun met 1 eetlepel (15 g) losgeklopt ei. Trek met een vork ondiepe diagonale lijnen in twee richtingen zodat een ruitjespatroon ontstaat.
06 -
Bak op het middelste rooster gedurende 30-35 minuten. Controleer vanaf 30 minuten. De rand moet goudbruin zijn en het midden licht goudkleurig en gezet, zonder vloeibare beweging. Bak zo nodig enkele minuten langer. Dek de bovenkant losjes af met aluminiumfolie als deze te donker wordt.
07 -
Zet de vorm op een rooster en laat de koek minstens 2 uur volledig afkoelen. Maak de rand voorzichtig los en haal de koude koek uit de vorm. Snijd in 16 punten.