01 -
Verwarm de oven op 175 °C, boven- en onderwarmte. Bekleed de bodem van ronde cakevorm van 24 cm met bakpapier en vet de zijkanten licht in.
02 -
Was en droog het fruit. Snijd appels en peren in dunne plakjes, steenvruchten in kleine partjes; laat bessen heel. Weeg na schoonmaken en ontpitten. Laat ananas goed uitlekken. Houd kruiden, rasp en amandelen apart.
03 -
Klop zachte boter en de suiker voor het beslag 3 minuten licht en luchtig. Klop de eieren er één voor één door en schraap de kom schoon. Gebruik de hoeveelheden voor het beslag, niet voor de topping.
04 -
Meng bloem, bakpoeder en zout apart. Roer in twee delen door het botermengsel, afwisselend met de genoemde melk of yoghurt. Stop zodra de droge bloem verdwenen is.
05 -
Spatel rasp, kruiden of vanille door het beslag. Verdeel de helft van het beslag en fruit in de vorm, en herhaal. Strooi eventuele amandelen erop. Verdeel het fruit gelijkmatig.
06 -
Wrijf voor de kruimels 50 g boter door 80 g bloem en 40 g suiker. Verdeel de grove kruimels over de fruitcake zonder ze aan te drukken.
07 -
Bak midden in de oven 45–58 minuten. Prik in het beslag, niet in een stuk fruit: aan de prikker mag geen nat beslag kleven. Het midden moet stevig zijn. Dek losjes af met folie als de bovenkant vroeg bruint.
08 -
Laat 15 minuten in de vorm rusten. Haal voorzichtig uit de vorm en laat minstens 60 minuten op een rooster afkoelen. Dek warme cake niet af.