01 -
Dep de riblappen droog met keukenpapier. Bestrooi beide kanten met het zout en de peper. Snijd de uien in halve ringen.
02 -
Verhit de boter en zonnebloemolie in een zware braadpan van ongeveer 24 cm op middelhoog vuur. Bak het vlees in twee porties ongeveer 3 minuten per kant tot het duidelijk bruin is. Zet het vuur lager als de boter te donker wordt. Leg het vlees op een bord.
03 -
Zet het vuur op matig en bak de uien ongeveer 8 minuten in het achtergebleven bakvet tot ze zacht en lichtbruin zijn. Roer regelmatig. Voeg een klein scheutje van het afgemeten water toe als de aanbaksels te donker dreigen te worden.
04 -
Schenk het resterende afgemeten hete water en de azijn in de pan. Roer de bruine aanbaksels los. Leg het vlees met het uitgelopen vocht terug en voeg laurier en kruidnagels toe. Het vocht moet ongeveer halverwege het vlees staan. Voeg indien nodig wat extra heet water toe.
05 -
Breng het vocht tegen de kook aan en zet het vuur laag. Leg het deksel op de pan en laat het vlees 3-4 uur zacht sudderen. Het vocht mag slechts af en toe een klein belletje vormen. Keer het vlees elk uur voorzichtig en controleer tussendoor het vochtpeil. Vul zo nodig aan met heet water. Controleer vanaf 3 uur elke 20-30 minuten of het vlees zonder kracht met een vork in draadjes uiteenvalt.
06 -
Leg het gare vlees op een schoon bord en dek af. Verwijder de laurierbladeren en alle kruidnagels uit de pan. Laat een dunne jus op matig vuur 5-10 minuten zonder deksel inkoken tot deze licht aan een lepel blijft hangen. Proef de jus. Leg het vlees terug en schep de jus erover. Serveer warm.