01 -
Breng 2 liter water met 8 g zout aan de kook. Rasp de pecorino zeer fijn. Zet een ruime mengkom, een garde, een pastatang en vier serveerborden klaar.
02 -
Leg de pancettablokjes in een droge koekenpan. Bak ze op middellaag vuur gedurende 7-9 minuten en roer regelmatig, tot ze goudbruin zijn en het vet is uitgelopen. Zet het vuur uit. Gebruik straks maximaal 2 eetlepels van het uitgebakken vet.
03 -
Klop in de mengkom het gepasteuriseerde hele ei en de gepasteuriseerde eidooier met 60 g pecorino en de zwarte peper door elkaar. Bewaar de overige 20 g kaas voor het opdienen. Gebruik voor deze methode gepasteuriseerde eiproducten.
04 -
Kook de spaghetti in het kokende water volgens de verpakking beetgaar, meestal 9-11 minuten. Doe dit terwijl de pancetta bakt. Schep vlak voor het afgieten 250 ml kookwater uit de pan. Giet de spaghetti af en spoel hem niet.
05 -
Klop 30 ml van het hete kookwater geleidelijk door het eimengsel. Voeg direct de hete spaghetti, alle pancetta en maximaal 2 eetlepels spekvet toe. Schep met de tang 1-2 minuten stevig om. Meng buiten de koekenpan en zet de saus niet op direct vuur.
06 -
Voeg het achtergehouden kookwater telkens met ongeveer 1 eetlepel toe en schep na elke toevoeging om. Stop zodra de saus glanst en soepel aan de slierten hangt. Je hoeft niet al het water te gebruiken. Verdeel over vier borden en bestrooi met de resterende 20 g pecorino.