01 -
Spoel de parelgort in een fijne zeef onder koud stromend water. Was de citroen en snijd een dun reepje schil van ongeveer 5 cm af. Neem zo weinig mogelijk van de witte laag mee.
02 -
Doe de gort met 800 ml water, het reepje citroenschil, het kaneelstokje en het zout in een pan van ongeveer 2 liter. Breng aan de kook en zet het vuur laag.
03 -
Laat 40 minuten zachtjes koken met het deksel schuin op de pan. Roer af en toe over de bodem. Voeg zo nodig een scheut water toe zodat de gort in ruim vocht blijft liggen.
04 -
Voeg de rozijnen toe en laat ongeveer 15 minuten zachtjes meekoken. Proef een korrel gort. Die moet zacht zijn zonder harde kern. Kook zo nodig langer en vul het water aan als de pan te droog wordt.
05 -
Haal het kaneelstokje en de citroenschil uit de pan. Roer het rodebessensap en de suiker erdoor. Laat nog 5 minuten zachtjes koken. Roer tot de suiker is opgelost en voeg zo nodig wat water toe tot de gruwel gemakkelijk van de lepel loopt.
06 -
Roer de gruwel door en verdeel over vier kommen om warm te serveren. Voor koud serveren verdeel je hem over kleine, ondiepe bewaarbakjes. Zet die binnen twee uur in de koelkast en bewaar afgedekt. Eet binnen twee dagen op. Roer gekoelde gruwel los met zo nodig een scheutje water.