01 -
Meng 500 g tarwebloem met de instantgist, suiker en het zout in een grote kom. Voeg 325 ml lauwe melk toe en meng tot alle bloem vochtig is.
02 -
Werk de 40 g zachte boter door het deeg. Kneed daarna 10-15 minuten met de hand of 8-10 minuten met een kneedmachine op lage snelheid, volgens de gebruiksaanwijzing van de machine. Het deeg moet soepel en elastisch zijn. Een klein stukje moet tot een dun vliesje kunnen worden uitgerekt. Gebruik alleen zo nodig wat van de extra bloem.
03 -
Leg het deeg in de kom en dek die af met een deksel of folie. Laat op een tochtvrije plek bij kamertemperatuur 60-90 minuten rijzen, tot het deeg ongeveer in volume is verdubbeld.
04 -
Druk het deeg voorzichtig wat platter en verdeel het in 12 gelijke stukken van ongeveer 75 g. Dek de stukken af en laat ze 10 minuten ontspannen.
05 -
Vouw bij elk stukje de randen naar het midden en draai het om. Zet een komvormige hand over het deeg en maak kleine draaibewegingen tot de bovenkant glad en licht gespannen is. Leg de bolletjes met de naad onder op een met bakpapier beklede bakplaat, met ongeveer 3 cm tussenruimte.
06 -
Dek de bolletjes losjes af en laat 35-50 minuten rijzen tot ze duidelijk voller zijn. Een zachte vingerdruk hoort langzaam en gedeeltelijk terug te veren. Verwarm tijdens deze rijs de oven voor op 200 °C boven- en onderwarmte of 180 °C hetelucht.
07 -
Verwijder de afdekking en bestrijk de bovenkanten voorzichtig met de 30 ml melk. Bak midden in de oven 18-20 minuten tot de bolletjes lichtgoud en gaar zijn. Controleer bij twijfel een middelste bolletje met een voedselthermometer. De kern moet minstens 88 °C zijn. Bak zo nodig enkele minuten langer.
08 -
Bestrijk de warme bovenkanten dun met de resterende 10 g boter. Leg de broodjes op een rooster en dek ze de eerste 10 minuten losjes af met een schone theedoek. Verwijder de doek en laat nog minstens 10 minuten afkoelen voor het aansnijden. Laat volledig afkoelen voordat je ze verpakt.