01 -
Bekleed een metalen vorm van 20 bij 20 cm met bakpapier dat aan twee kanten overhangt. Vet het papier heel dun in met een deel van de olie. Zet de vorm op een vlakke, hittebestendige ondergrond. Controleer de suikerthermometer vooraf in kokend water. Rond zeeniveau hoort hij ongeveer 100 °C aan te geven. Corrigeer een afwijkende aflezing of gebruik een betrouwbare thermometer.
02 -
Doe basterdsuiker, boter, stroop, water, azijn en zout in een steelpan met dikke bodem van ongeveer 1,5 liter. Verwarm op laag vuur en roer rustig met een hittebestendige spatel tot de boter gesmolten is en de suiker volledig is opgelost.
03 -
Zet het vuur matig en laat de massa zonder verder roeren koken tot 150 °C. Houd de meetpunt in de massa zonder de panbodem te raken. Reken vanaf het koken op ongeveer 10-15 minuten, maar laat de temperatuur leidend zijn. Blijf voortdurend bij de pan en haal haar bij het bereiken van 150 °C direct van het vuur.
04 -
Laat de hevigste bellen enkele seconden zakken. Giet de hete massa voorzichtig in de voorbereide vorm en laat haar tot een dunne plak uitvloeien. Schraap de panwand niet leeg. Houd handen en gezicht uit de buurt van de hete suiker.
05 -
Laat de plak ongeveer 3-5 minuten steviger worden. Zodra zij niet meer uitvloeit maar nog indeukbaar is, kerf je met een dun ingevet mes een raster van 6 bij 8 vakjes. Gebruik de resterende olie voor het mes. Raak de massa niet aan en snijd niet door het bakpapier. Als de plak al te hard is, sla het inkerven over.
06 -
Laat de plak ongeveer 45 minuten volledig afkoelen. Controleer dat ook de onderkant koud is voordat je haar met het bakpapier uit de vorm tilt. Breek langs de ingekerfde lijnen in ongeveer 48 snoepjes. Zonder breeklijnen maak je onregelmatige stukjes. Bewaar volledig afgekoeld in een luchtdichte doos met bakpapier tussen de lagen.