01 -
Doe de zonnebloemolie in een diepe, zware pan van ongeveer 22 cm doorsnee. Vul de pan nooit verder dan tot de helft. Verwarm de olie tot 175 °C en controleer met een frituurthermometer. Zet een bord met keukenpapier en een rooster met een bakplaat eronder klaar. Blijf tijdens het bakken bij de pan.
02 -
Was en droog de appels. Schil ze en verwijder het klokhuis met een appelboor. Snijd dwars in ringen van 8 mm. Gebruik ongeveer 16 brede ringen en bewaar de kleine eindstukken voor iets anders. Dep de ringen aan beide kanten droog.
03 -
Meng 150 g tarwebloem met de maizena, het bakpoeder, de kristalsuiker en het zout. Klop het ei los met de melk. Roer het melkmengsel kort door de droge ingrediënten tot een dik vloeibaar beslag dat in een brede stroom van de lepel loopt.
04 -
Bestuif de appelringen heel licht met de apart gehouden 15 g bloem en klop overtollige bloem af. Haal de ringen voor één bakronde door het beslag. Laat overtollig beslag kort afdruipen. Is het beslag te dun, voeg dan een theelepel bloem toe. Is het te dik, voeg dan een eetlepel melk toe.
05 -
Bak eerst één ring om de gaarheid te controleren. Laat daarna steeds 3-4 ringen voorzichtig met een hittebestendige tang in de olie zakken, zonder overlap. Bak ongeveer 4 minuten en keer halverwege. De beignets moeten aan beide kanten goudgeel zijn. Controleer de eerste ring na kort afkoelen door hem open te snijden. De appel hoort zacht te zijn en het beslag volledig gaar. Laat de olie tussen de porties terugkomen op 175 °C.
06 -
Schep de beignets met een metalen schuimspaan uit de olie. Laat kort uitlekken op keukenpapier en leg daarna in één laag op het rooster. Meng de poedersuiker met de kaneel en bestrooi vlak voor het serveren. Laat de hete appelvulling even afkoelen voordat je eet.