01 -
Bekleed een cakevorm van ongeveer 25 x 10 cm met bakpapier. Laat het papier aan beide lange zijden uitsteken om de cake later uit de vorm te tillen.
02 -
Breek de biscuitjes met je handen in stukken van ongeveer 1-2 cm. Bewaar de kruimels die hierbij ontstaan, maar maal de biscuitjes niet fijn.
03 -
Smelt de boter in een steelpan op de laagste stand zonder hem te laten koken of kleuren. Haal de pan van het vuur en roer de fijngehakte chocolade erdoor tot alles gesmolten is. Verwarm zo nodig nog heel kort op de laagste stand. Reken op ongeveer 5 minuten voor deze stap.
04 -
Zeef de poedersuiker en cacao boven een ruime mengkom. Voeg het zout en het warme boter-chocolademengsel toe. Roer met een spatel tot een gladde, dikke massa zonder droge klontjes.
05 -
Schep alle biscuitstukjes en kruimels door de massa tot ze rondom bedekt zijn. Verdeel het mengsel in twee porties over de cakevorm. Druk elke portie stevig aan met de achterkant van een lepel, vooral langs de randen en in de hoeken. Strijk de bovenkant glad.
06 -
Dek de vorm af en zet hem minstens 6 uur in de koelkast op ongeveer 4 °C. Een nacht opstijven mag ook. De cake moet tot in het midden stevig zijn.
07 -
Til de cake met het bakpapier uit de vorm. Laat hem ongeveer 5 minuten staan en snijd met een scherp, glad mes in 12 plakken. Veeg het mes tussen de sneden schoon. Bewaar de rest afgedekt in de koelkast en eet binnen 2 dagen op.