01 -
Spoel een niet te diepe metalen puddingvorm van 1 liter om met koud water en laat uitlekken zonder af te drogen. Breek de bitterkoekjes in stukjes van ongeveer 1 cm.
02 -
Klop 60 g maizena met 100 ml koude melk tot een glad papje. Verwarm de overige 500 ml melk met de slagroom, 40 g suiker en het zout op middelhoog vuur tot de melk begint te borrelen.
03 -
Roer het maizenapapje opnieuw door en schenk het al kloppend bij de hete melk. Zet het vuur laag zodra het mengsel borrelt. Laat 2 minuten zacht borrelen en roer voortdurend over de bodem en langs de hoeken. De pudding moet dik van de garde vallen.
04 -
Haal de pan van het vuur. Schep de bitterkoekjes met een spatel door de pudding tot ze verdeeld zijn. Vul meteen de vochtige puddingvorm en strijk de bovenkant glad.
05 -
Meng 8 g maizena met 50 ml koude melk. Verwarm de overige 250 ml melk met 25 g suiker tot de melk begint te borrelen. Roer het papje opnieuw door en klop het erbij. Laat op laag vuur 1 minuut zacht borrelen terwijl je blijft roeren. Haal van het vuur en voeg het vanille-extract toe.
06 -
Laat de puddingvorm en sauspan snel afkoelen in een koudwaterbad. Houd het water onder de rand en ververs het wanneer het warm wordt. Roer de saus af en toe door. Dek beide na het afkoelen af en zet ze binnen 2 uur na bereiding in de koelkast op 4 °C. Laat de pudding minstens 6 uur opstijven.
07 -
Maak de bovenrand van de koude pudding voorzichtig los met een dun mes. Dompel de buitenkant van de vorm zo nodig 5-10 seconden in warm water zonder water bij de pudding te laten komen. Leg een serveerschaal op de vorm en keer beide samen om. Roer de koude vanillesaus glad en schenk een deel rond de pudding. Geef de overige saus apart erbij en verdeel de pudding in zes porties.