01 -
Gebruik gekookte aardappelen die binnen twee uur na het koken zijn gekoeld en maximaal 48 uur gekoeld zijn bewaard. Snijd ze in plakjes van ongeveer 8 mm en dep droog. Pel de uien en snijd ze in dunne halve ringen.
02 -
Doe de spekblokjes in een koude koekenpan. Zet op middelhoog vuur en bak 6-8 minuten. Roer af en toe tot ze gaar en licht krokant zijn. Volg eventuele aanvullende bereidingsaanwijzingen op de verpakking. Schep de spekjes op een schoon bord. Houd ongeveer één eetlepel van het vrijgekomen vet in de pan en verwijder eventueel overtollig vet.
03 -
Voeg de uien toe aan het achtergehouden spekvet. Bak op matig vuur 6-8 minuten tot ze zacht en lichtgekleurd zijn. Roer regelmatig. Schep de uien bij de spekjes.
04 -
Verdeel de boter en zonnebloemolie over twee koekenpannen van ongeveer 28 cm. Verwarm op middelhoog vuur tot de boter schuimt maar niet rookt. Verdeel de aardappelen in een enkele laag over beide pannen. Laat ze zonder deksel 4-5 minuten bakken zonder ze te verschuiven.
05 -
Keer de aardappelen voorzichtig met een brede spatel. Bak ze in totaal 14-18 minuten tot beide kanten goudgeel zijn. Zet het vuur lager als ze te snel kleuren. Verdeel de ui en spekjes over de pannen en verwarm nog ongeveer 2 minuten. Controleer met een voedselthermometer dat het midden van de eerder gekookte aardappelen minstens 74 °C bereikt. Verwarm zo nodig iets langer op matig vuur.
06 -
Strooi de peterselie en zwarte peper over de aardappelen. Schep voorzichtig om. Proef en voeg alleen zo nodig wat van het zout toe. Verdeel over vier borden en serveer direct.