01 -
Meng bloem, bakpoeder, speculaaskruiden, zout en basterdsuiker in een kom. Wrijf de koude boter er met je vingertoppen door tot grove kruimels. Voeg de melk toe en druk kort samen tot een samenhangend deeg. Kneed niet langer dan nodig.
02 -
Druk het deeg tot een platte schijf, verpak het en koel 60 minuten. Bekleed een metalen bakvorm van 20 bij 20 cm met bakpapier dat aan twee kanten overhangt. Verwarm tegen het einde van de koeltijd de oven voor op 170 °C boven- en onderwarmte of 155 °C hetelucht.
03 -
Klop het ei los en weeg 30 g af. Verkruimel de amandelspijs en meng de 30 g ei erdoor tot een stevige, smeerbare pasta. Bewaar het resterende ei afgedekt in de koelkast voor het bestrijken. Proef de vulling met rauw ei niet.
04 -
Verdeel het deeg in twee gelijke delen. Laat het zo nodig 5 minuten buiten de koelkast liggen. Rol één deel tussen twee vellen bakpapier uit tot een vierkant van 20 bij 20 cm. Leg de deeglap in de vorm en herstel scheurtjes. Verdeel de spijs gelijkmatig over de bodem en houd langs de buitenrand ongeveer 5 mm vrij.
05 -
Rol het tweede deegdeel uit tot 20 bij 20 cm en leg het over de vulling. Druk de randen voorzichtig tegen de onderlaag. Bestrijk de bovenkant dun met het resterende ei en verdeel de hele blanke amandelen erover. Druk ze licht aan.
06 -
Bak op het middelste rooster ongeveer 40 minuten en controleer vanaf 35 minuten. De bovenkant moet droog en bruin zijn en de randen moeten stevig ogen. Een prikker mag zachte spijskruimels meenemen, maar geen natte deegpasta. Bak zo nodig verder tot 45 minuten. Dek losjes af met aluminiumfolie als de bovenkant te donker wordt.
07 -
Laat de koek 20 minuten in de vorm staan. Til hem met het bakpapier op een rooster en laat volledig afkoelen. Reken op ongeveer 90 minuten afkoeltijd in totaal. Snijd in 12 stukken. Zet wat je bewaart uiterlijk binnen twee uur na het bakken afgedekt in de koelkast. Eet binnen twee dagen of vries het in.