01 -
Meng bloem, instantgist, witte basterdsuiker en zout in een kom. Voeg de zachte boter, het ei en de lauwe melk toe. Kneed 5-7 minuten tot een soepel, stevig deeg. Voeg alleen als het deeg kruimelig blijft één theelepel extra melk toe.
02 -
Dek de kom af en laat het deeg 45 minuten op een tochtvrije plek bij kamertemperatuur rusten. Het hoeft niet te verdubbelen in volume.
03 -
Doe keukenstroop, donkerbruine basterdsuiker, boter en kaneel in een kleine steelpan. Verwarm al roerend 3-5 minuten op laag vuur tot de suiker is opgelost. Laat niet stevig koken. Neem van het vuur. Laat een beetje op een schoteltje afkoelen om te controleren of de vulling dik en smeerbaar wordt.
04 -
Verdeel het deeg in 16 gelijke balletjes van ongeveer 36 g en houd ze afgedekt. Verwarm een stroopwafelijzer volgens de handleiding. Begin bij een instelbaar apparaat rond 180-190 °C. Zet een schone snijplank, dun kartelmes, gevouwen schone doek en rooster klaar.
05 -
Leg één balletje midden in het hete ijzer en sluit het volgens de handleiding. Bak ongeveer 1,5-2,5 minuten tot de wafel goudbruin en gaar is. Gebruik de eerste als proefwafel. Controleer na het doorsnijden of het midden geen rauw, kleverig deeg bevat. Pas zo nodig de stand en baktijd aan. De wafel moet ongeveer 3 mm dik en doorsnijdbaar zijn.
06 -
Haal de wafel met een geschikte spatel uit het ijzer en leg hem direct op de plank. Houd hem met de gevouwen doek vast. Snijd met het kartelmes horizontaal rondom de rand en vervolgens naar het midden. Houd het mes evenwijdig aan de plank en je vingers boven de snijlijn.
07 -
Verdeel ongeveer 18 g warme, smeerbare vulling over de onderste helft en houd een smal randje vrij. Leg de bovenste helft terug en druk voorzichtig aan. Laat op het rooster afkoelen. Bak, snijd en vul de overige wafels één voor één. Verwarm de vulling tussendoor kort op laag vuur als ze te stevig wordt.