01 -
Spoel vier gladde puddingvormpjes van ongeveer 175 ml om met koud water. Schud het overtollige water eruit en zet ze klaar.
02 -
Doe de melk, 45 g suiker, het vanille-extract en het zout in een pan met dikke bodem. Verwarm op middelhoog vuur tot de melk tegen de kook aan komt. Roer regelmatig over de bodem.
03 -
Strooi het griesmeel in een dun straaltje bij de hete melk terwijl je voortdurend klopt met een garde. Zet het vuur laag en laat ongeveer 5 minuten zachtjes koken. Roer voortdurend met een spatel over de bodem en langs de randen. De pudding moet dik zijn en de korrels moeten zacht zijn. Volg een langere kooktijd op de verpakking als het gebruikte griesmeel die nodig heeft.
04 -
Verdeel de warme pudding over de vier vormpjes en strijk de bovenkant glad. Laat ongeveer 20 minuten uitdampen, dek af en zet ruim binnen 2 uur na bereiding in de koelkast op 4 °C. Laat minstens 4 uur in de koelkast opstijven.
05 -
Verwarm het bessensap met 20 g suiker in een kleine pan tot de suiker is opgelost en het sap zachtjes kookt. Meng de maïzena met 15 ml koud water tot een glad papje. Roer het papje door het sap en laat al roerend 1 minuut zachtjes koken. Schenk in een hittebestendig bakje en koel het in een koudwaterbad. Dek af en zet binnen 2 uur in de koelkast.
06 -
Maak de bovenrand van elke volledig koude pudding voorzichtig los met een dun, stomp mesje. Leg een bordje op het vormpje en keer samen om. Geef een klein tikje tegen de bodem. Houd bij een vastzittende pudding alleen de buitenkant van het vormpje enkele seconden in warm water en probeer opnieuw. Verdeel de koude bessensaus over en rondom de vier puddinkjes.