01 -
Bekleed de bodem van een springvorm van 22 cm met bakpapier. Maal de biscuitjes of speculaas tot fijne kruimels. Smelt de boter voorzichtig en meng grondig door de kruimels. Verdeel over de vormbodem en druk met de bolle kant van een eetlepel gelijkmatig aan. Zet minstens 20 minuten in de koelkast terwijl je de vulling maakt.
02 -
Doe 60 ml koud water in een hittebestendig kommetje. Strooi de gelatinepoeder gelijkmatig over het oppervlak. Laat 5-10 minuten staan tot al het poeder vochtig en gezwollen is.
03 -
Rasp alleen de gele schil van de gewassen citroen en pers 30 ml sap uit. Roer de kwark glad met de suiker, citroenrasp, 30 ml citroensap en vanille-extract.
04 -
Klop de koude slagroom in een schone kom tot zachte pieken. Stop wanneer de room lobbig is en nog soepel van een spatel glijdt.
05 -
Zet het hittebestendige kommetje gelatine in een pannetje met heet water op laag vuur. Laat geen water in het kommetje komen. Roer tot de gelatine volledig vloeibaar is en verwarm haar niet tot koken. Haal het kommetje uit het water. Roer er direct 4 eetlepels kwarkmengsel door, telkens één lepel. Klop dit vloeibare tussenmengsel meteen door de overige kwark.
06 -
Spatel de slagroom in twee delen door de kwark tot er geen roomstrepen meer zichtbaar zijn. Schep de vulling direct op de koude koekbodem en strijk glad. Dek af zonder het oppervlak te raken. Laat minstens 6 uur, liefst een hele nacht, opstijven in de koelkast bij 4 °C.
07 -
Controleer of de vulling stevig is en bij voorzichtig bewegen niet meer vloeibaar heen en weer loopt. Laat een dun mes langs de binnenrand glijden en verwijder de ring. Verdeel de goed gedroogde aardbeien over het midden. Snijd 10 punten met een warm, droog mes en maak het mes tussen de sneden schoon. Zet overgebleven taart direct terug in de koelkast.