01 -
Verwarm de melk tot ongeveer 30-35 °C. Smelt de 20 g boter voor het beslag apart en laat die iets afkoelen.
02 -
Meng bloem, boekweitmeel, instantgist, kristalsuiker en zout in een ruime kom. Klop de melk er geleidelijk doorheen tot er geen droge klontjes meer zijn. Klop daarna het ei en de gesmolten boter erdoor.
03 -
Dek de kom af en laat het beslag 45-60 minuten op een tochtvrije plek in de keuken rijzen. Het beslag moet duidelijk voller zijn en veel kleine belletjes vertonen. Proef het rauwe beslag niet.
04 -
Verwarm een poffertjespan 3-5 minuten op middelhoog vuur. Gebruik een kwastje om de kuiltjes dun in te vetten met een deel van de 20 g bakboter. Bak eerst enkele proefpoffertjes om de warmte te beoordelen.
05 -
Schep het gerezen beslag voorzichtig eenmaal om. Gebruik een klein lepeltje of een knijpfles met ruime opening om de kuiltjes tot ongeveer driekwart te vullen. Werk steeds in dezelfde volgorde.
06 -
Bak ongeveer 1-2 minuten tot de randjes stevig zijn en de bovenkant belletjes heeft. Keer met een vork of houten prikker en bak de tweede kant nog 1-2 minuten. Snijd een proefpoffertje open. De binnenkant moet gaar zijn zonder nat beslag. Verlaag de warmte als de buitenkant te snel donker wordt. Herhaal met de rest van het beslag en vet tussen de rondes opnieuw dun in.
07 -
Verdeel de warme poffertjes over vier porties. Geef iedere portie 10 g roomboter en 10 g poedersuiker en serveer direct. Het recept levert ongeveer 80 kleine poffertjes op, afhankelijk van de kuiltjes en de vulhoogte.