01 -
Verwijder de buitenste bladeren en de harde kern van de kool. Spoel de kool af en weeg 800 g af. Snijd in reepjes van ongeveer 3 mm. Doe de 3 kruidnagels en het laurierblad in een voedselgeschikt kruidenzakje en sluit dit.
02 -
Smelt de boter in een ruime pan op middelhoog vuur. Voeg de kool toe en schep 5 minuten om. Laat de kool niet bruin worden.
03 -
Voeg 150 ml water, appelazijn, basterdsuiker en zout toe. Schep om en leg het kruidenzakje tussen de kool. Breng het vocht aan de kook.
04 -
Zet het vuur laag en sluit de pan met het deksel. Stoof 20 minuten en schep ongeveer elke 10 minuten om. Schil intussen de appels, verwijder de klokhuizen en snijd 300 g vruchtvlees in blokjes van ongeveer 1,5 cm. Voeg toe en stoof nog 15-25 minuten tot de kool zacht is en de appel gaar. Voeg 2 eetlepels water toe als de bodem bijna droog wordt.
05 -
Haal het kruidenzakje uit de pan. Proef een koolreepje. Het moet zacht zijn en makkelijk meegeven. Stoof stevige kool zo nodig enkele minuten langer met het deksel op de pan en voldoende vocht op de bodem.
06 -
Laat de gare kool zonder deksel 5-8 minuten op middellaag vuur indampen. Schep geregeld voorzichtig om tot er weinig los vocht overblijft. Proef en serveer warm.