01 -
Breng een ruime pan water zonder zout aan de kook. Snijd een dun plakje van de stronkjes en verwijder beschadigde buitenblaadjes. Spoel de spruitjes af en halveer ze door het stronkje. Snijd uitzonderlijk grote exemplaren in kwarten.
02 -
Doe de spruitjes in het kokende water. Kook 3-4 minuten vanaf het moment dat het water opnieuw kookt. Controleer de grootste helft met een mespunt. De kern moet nog duidelijk weerstand geven.
03 -
Giet de spruitjes af in een vergiet en laat ze 2 minuten uitdampen. Dep zichtbare waterdruppels voorzichtig weg met schoon keukenpapier, zodat de snijvlakken droog de pan in gaan.
04 -
Bak ondertussen de spekblokjes in een grote koekenpan van ongeveer 30 cm op middelhoog vuur in circa 8-10 minuten volledig gaar en krokant. Roer regelmatig en volg eventuele bereidingsaanwijzingen op de verpakking. Schep de spekjes op een schoon bord. Laat ongeveer 1 eetlepel spekvet in de pan en verwijder een eventueel overschot.
05 -
Voeg de boter toe aan het spekvet. Leg de spruitjes op middelhoog vuur in één laag met de snijkant omlaag. Bak ongeveer 4 minuten zonder veel te schuiven. Schep om en bak nog 4-6 minuten tot de snijvlakken goudbruin zijn en een mespunt gemakkelijk in de kern gaat. Verlaag het vuur als de boter te donker wordt. Gebruik twee pannen als de spruitjes niet in één laag passen.
06 -
Zet het vuur laag. Voeg de uitgebakken spekjes, nootmuskaat en zwarte peper toe. Schep ongeveer 1 minuut om tot alles goed warm is. Proef en voeg alleen indien nodig een kleine snuf zout toe. Serveer direct.