01 -
Breng water aan de kook in een waterkoker. Snijd de geschilde aardappelen in gelijkmatige blokjes van ongeveer 1 cm. Gebruik gewassen, fijngesneden andijvie die klaar is voor gebruik.
02 -
Doe de blokjes voorzichtig in een ruime pan met voldoende kokend water om ze te bedekken. Laat ongeveer 10-12 minuten zachtjes koken tot ook de grootste blokjes met een vork makkelijk uiteenvallen. Kook langer als ze nog hard zijn.
03 -
Bak ondertussen de spekreepjes in een droge koekenpan op middelhoog vuur gedurende ongeveer 8-10 minuten. Schep regelmatig om. Volg de bereidingsaanwijzingen op de verpakking en bak het spek volledig gaar met krokante randjes. Laat uitlekken op keukenpapier.
04 -
Verwarm de melk in een klein pannetje tot hij warm is maar niet kookt. Controleer of de andijvie goed droog is en droog hem zo nodig nog even met een schone doek.
05 -
Giet de gare aardappelen af en laat ze een minuut zonder deksel uitdampen. Stamp met de boter en mosterd. Roer eerst 100 ml warme melk erdoor. Voeg de resterende 25 ml alleen toe als de puree nog stug is.
06 -
Haal de pan van het vuur. Schep de andijvie in twee delen door de hete puree en voeg de helft van de spekjes toe. Breng op smaak met zwarte peper en alleen indien nodig zout. Verdeel over vier borden en strooi de overige spekjes erop. Serveer direct.