01 -
Was en schil de peren. Laat de steeltjes zitten. Verwijder het kroontje aan de onderkant en hol het klokhuis voorzichtig vanaf die kant uit met een klein mesje of een meloenbolletjeslepel. Houd de peren verder heel.
02 -
Zet de peren dicht naast elkaar in een pan met dikke bodem. Voeg de wijn, 300 ml water, suiker, kaneelstokjes, kruidnagels en sinaasappelschil toe. Voeg zo nodig extra water toe tot de peren vrijwel onderstaan.
03 -
Verwarm op middelhoog vuur tot het vocht zacht begint te borrelen. Roer het vocht voorzichtig tussen de peren door om de suiker op te lossen. Zet het vuur laag en leg het deksel iets schuin op de pan.
04 -
Laat ongeveer 2-3 uur heel zacht stoven met slechts af en toe kleine belletjes. Draai de peren halverwege voorzichtig. Controleer vanaf 90 minuten met een dun mesje in het dikste deel. De kern is gaar wanneer het mesje er makkelijk in glijdt. Haal eerder gare peren alvast uit de pan. Voeg tijdens het stoven zo nodig wat heet water toe.
05 -
Schep alle gare peren met een schuimspaan uit de pan. Verwijder kaneel, kruidnagels en sinaasappelschil. Kook het vocht zonder deksel op middelhoog vuur ongeveer 20-35 minuten in tot circa 300 ml. Controleer een beetje op een koud schoteltje. De saus moet dun stroperig blijven en makkelijk schenken. Voeg water toe als ze te dik wordt.
06 -
Verdeel de peren over vier porties en lepel er saus bij. Serveer direct. Voor later gebruik verdeel je peren en saus over ondiepe bakjes, laat je ze snel afkoelen en zet je ze binnen twee uur afgedekt in de koelkast op circa 4 °C. Eet binnen twee dagen. Verwarm een gekoelde portie zo nodig eenmaal tot ook het midden stomend heet is.