01 -
Schil de aardappelen en snijd in stukken van ongeveer 3 cm. Maak de winterpeen schoon en snijd in halve plakjes van 5 mm. Pel de uien en snijd in dunne halve ringen.
02 -
Doe aardappelen, winterpeen, ui en zout in een ruime kookpan. Voeg circa 1 liter water toe, of zoveel dat alles net onderstaat. Breng aan de kook. Zet het vuur lager en kook 12 minuten zacht met het deksel schuin op de pan.
03 -
Schil tijdens het koken de appels en verwijder de klokhuizen. Snijd in stukken van ongeveer 2 cm. Voeg toe aan de pan en laat 5 minuten zacht meekoken.
04 -
Spoel de bonen af in een vergiet en laat uitlekken. Voeg toe en laat nog ongeveer 5 minuten zacht koken, of langer als het etiket dat voorschrijft. Controleer of een mespunt gemakkelijk in aardappel en wortel glijdt. Laat zo nodig enkele minuten langer garen.
05 -
Houd 150 ml kookvocht apart en giet de rest voorzichtig af. Zet de pan 1 minuut zonder deksel op laag vuur om overtollig vocht te laten verdampen.
06 -
Haal de pan van het vuur. Voeg boter, peper en 2 eetlepels van het achtergehouden kookvocht toe. Schep voorzichtig om met een brede lepel. Voeg alleen indien nodig extra kookvocht toe, steeds één eetlepel tegelijk. Proef en verdeel over vier diepe borden.