01 -
Verwarm de oven voor op 200 °C boven- en onderwarmte of 180 °C hetelucht. Vet een ovenschaal van ongeveer 25 bij 30 cm in met 5 g boter. Verwijder beschadigde buitenblaadjes van de witlof en spoel de stronken af. Halveer ze in de lengte en snijd alleen het harde uiteinde weg. Laat voldoende van de basis zitten om de blaadjes bijeen te houden.
02 -
Breng een laag water in een pan aan de kook. Zet er een ruime stoommand boven zonder dat het water de witlof raakt. Leg de halve stronken in de mand en stoom afgedekt 8-10 minuten. Een mes moet met lichte weerstand door de onderkant gaan. Verleng zo nodig met enkele minuten.
03 -
Leg de witlof met de snijkant naar beneden in een vergiet en laat 10 minuten uitlekken. Druk daarna voorzichtig droog met keukenpapier zonder de blaadjes uit elkaar te trekken. Maak tijdens het uitlekken de saus.
04 -
Smelt 30 g boter in een steelpan op matig vuur. Roer de bloem erdoor en gaar al roerend 2 minuten zonder te laten kleuren. Klop de melk in kleine scheuten erdoor en klop telkens glad voordat je meer toevoegt. Breng tot zacht pruttelen en laat al roerend 3-4 minuten indikken tot een dikke maar schenkbare saus.
05 -
Haal de pan van het vuur. Roer 90 g van de geraspte kaas in porties door de warme saus tot hij gesmolten is. Voeg nootmuskaat en peper toe. Proef en voeg alleen indien nodig een snuf zout toe. Laat de saus niet opnieuw hard koken.
06 -
Wikkel elke halve stronk witlof in één plak gekookte ham. Leg de 16 rolletjes met de naad naar beneden in één laag in de ingevette schaal. Verdeel de kaassaus erover en bestrooi met de resterende 50 g geraspte kaas.
07 -
Bak 20-25 minuten op het middelste rooster tot de kaas goudbruin is en de saus langs de randen borrelt. Controleer ook het midden van de schotel. Dat moet dampend heet zijn. Verleng zo nodig de baktijd en dek losjes af met aluminiumfolie als de bovenkant al voldoende kleur heeft. Laat 5 minuten staan en verdeel over vier borden.