01 -
Spoel de krenten en laat ze 20 minuten in het lauwwarme water staan. Giet ze in een zeef en laat goed uitlekken. Dep zorgvuldig droog met een schone doek.
02 -
Meng bloem, instantgist, suiker en zout in een kom. Voeg de lauwwarme melk en het ei voor het deeg toe. Kneed 5 minuten met de hand. Voeg de zachte boter in kleine porties toe en kneed nog 7-10 minuten. Het deeg hoort soepel en elastisch te zijn. Een klein stukje moet tot een dun vliesje uitrekbaar zijn.
03 -
Druk het deeg voorzichtig uit op het werkblad en verdeel de droge krenten erover. Vouw het deeg dubbel en herhaal dit met rustige bewegingen tot de krenten gelijkmatig verdeeld zijn.
04 -
Leg het deeg in de kom en dek af met een deksel of folie. Laat 60-90 minuten op een tochtvrije plek rijzen tot het ongeveer in volume verdubbeld is. Geef het in een koele keuken zo nodig meer tijd.
05 -
Bekleed een ruime bakplaat met bakpapier. Druk grote luchtbellen voorzichtig uit het deeg en verdeel het in 12 gelijke stukken. Vouw de randen van elk stuk naar onderen, knijp de naad dicht en rol tot een bol. Duw uitstekende krenten onder het oppervlak. Leg de bollen met de naad naar beneden en ongeveer 3 cm tussenruimte op de bakplaat.
06 -
Dek de bollen losjes af en laat 45-60 minuten rijzen tot ze duidelijk voller zijn. Een lichte vingerdruk hoort langzaam gedeeltelijk terug te veren. Verwarm tijdens het laatste deel van de rijs de oven voor op 190 °C boven- en onderwarmte of 175 °C hetelucht.
07 -
Verwijder de afdekking en bestrijk de bollen voorzichtig met een dun laagje van het tweede losgeklopte ei. Bak 18-22 minuten in het midden van de oven tot ze goudbruin zijn en de onderkant droog en lichtbruin is. Dek bij te snelle kleuring losjes af met aluminiumfolie. Laat minstens 20 minuten op een rooster afkoelen voordat je ze opensnijdt. Laat volledig afkoelen voordat je ze verpakt.