01 -
Verwarm de oven voor op 200 °C boven- en onderwarmte of 180 °C hetelucht. Bekleed een bakplaat met bakpapier. Snijd de kaas in dunne plakjes en verdeel die in acht compacte porties van 25 g.
02 -
Leg op één helft van elk plakje bladerdeeg een portie kaas. Houd bij de drie te sluiten randen ongeveer 1,5 cm vrij. Verdeel de zwarte peper over de kaas. Houd ongebruikte plakjes deeg gekoeld.
03 -
Bevochtig de vrije randen heel licht met water. Vouw de lege helft over de kaas. Druk grote luchtzakken voorzichtig weg en sluit de drie open randen met je vingers. Druk ze daarna aan met een vork zonder het deeg te doorboren. Controleer de hoeken en zet de pakketjes 10 minuten in de koelkast.
04 -
Klop het ei los in een diep bord. Meng in een tweede bord het paneermeel grondig met de zonnebloemolie en maak klontjes los. Haal elk pakketje door het ei en laat overtollig ei afdruipen. Bedek vervolgens alle kanten met een dunne laag paneermeel en druk die voorzichtig aan.
05 -
Leg de pakketjes op de bakplaat met ongeveer 3 cm tussenruimte. Bak ze midden in de oven 22-27 minuten tot de paneerlaag goudbruin is en de deegranden gaar, droog en gelaagd ogen. Dek ze bij te snelle bruining losjes af met aluminiumfolie en bak zo nodig enkele minuten langer.
06 -
Leg de gebakken kaassoufflés op een rooster en laat ze 5 minuten rusten. Serveer warm en neem voorzichtig de eerste hap, want de gesmolten kaas kan nog erg heet zijn.