01 -
Houd 100 ml melk apart. Snijd het vanillestokje in de lengte open en schraap het merg eruit. Doe merg en stokje met de overige 900 ml melk in een pan met dikke bodem. Verwarm op middelhoog vuur in ongeveer 6-8 minuten tot de melk dampt en kleine belletjes langs de rand verschijnen. Roer geregeld. Zet het vuur uit en laat 5 minuten trekken.
02 -
Roer de maizena met de achtergehouden 100 ml koude melk volledig glad. Klop in een ruime kom de eidooiers met de suiker en het zout los. Klop het maizenapapje erdoor tot er geen klontjes meer zijn.
03 -
Haal het vanillestokje uit de pan. Voeg eerst twee soeplepels warme melk in kleine scheutjes toe aan het dooiermengsel terwijl je voortdurend klopt. Giet daarna de overige warme melk geleidelijk erbij en blijf kloppen.
04 -
Giet het mengsel terug in de pan. Verwarm op middellaag vuur en roer voortdurend langs de bodem en randen. Na ongeveer 3-5 minuten wordt de vla dikker. Laat hem zacht borrelen en kook nog 1 minuut al roerend. Het volledige mengsel moet minimaal 71 °C bereiken. Controleer dit bij twijfel met een schone voedselthermometer. Haal de pan van het vuur.
05 -
Verdeel de vla over twee ondiepe hittebestendige kommen. Zet de kommen in koud water met ijs zonder dat er water in de vla komt. Roer regelmatig en ververs warm geworden koelwater. Leg voor vla zonder vel voedselgeschikte folie op het oppervlak zodra de vla wat is afgekoeld. Gebruik folie die geschikt is voor warm voedsel. Dek de kommen af en zet ze uiterlijk binnen 2 uur na het koken in de koelkast op 4 °C.
06 -
Laat de vla in de koelkast helemaal koud worden, ongeveer 2 uur na het eerste afkoelen. Roer kort glad en verdeel over zes schaaltjes. Bewaar afgedekte restjes bij 4 °C en eet ze binnen twee dagen op.