Pin it
Brabantse worstenbroodjes hebben een zachte broodmantel die je makkelijk uit elkaar trekt. Binnenin zit een langwerpig worstje van gehakt met peper en nootmuskaat. Dit recept levert twaalf flinke broodjes op voor de lunch of bij de koffie.
Je maakt het brooddeeg zelf en vouwt het om de rauwe vulling. Beide garen samen in de oven. Geef het deeg voldoende tijd om te rijzen en sluit de naden zorgvuldig. Zo blijft het gehakt netjes ingepakt.
Melkdeeg en een kruidige gehaktkern
Kies tarwebloem die geschikt is voor brood en gebruik zachte boter die nog niet gesmolten is. Ongekruid half-om-halfgehakt geeft je controle over het zout en de kruidigheid.
- Tarwebloem. Vormt de zachte broodmantel rond de vulling.
- Instantgist. Laat het deeg rijzen en maakt de broodjes luchtig.
- Volle melk. Geeft vocht aan het deeg en maakt het paneermeel voor de vulling zacht.
- Roomboter. Geeft het brood een zachte beet en een milde botersmaak.
- Suiker en zout. Geven het deeg smaak zonder het zoet te maken.
- Half-om-halfgehakt. Vormt een stevige vulling met voldoende vet voor een sappige beet.
- Paneermeel en ei. Helpen de gehaktvulling bij elkaar te houden.
- Peper en nootmuskaat. Geven het gehakt zijn warme kruidigheid.
- Ei voor het bestrijken. Zorgt voor een licht glanzende, goudbruine bovenkant.
Kneden, vullen en goudbruin bakken
- Kneed het melkdeeg. Meng 400 g bloem met gist, suiker en 7 g zout. Voeg 240 ml lauwe melk toe en kneed de boter erdoor. Kneed 10-12 minuten tot het deeg soepel is en een klein stukje voorzichtig dun kan worden uitgerekt.
- Laat het deeg rijzen. Dek de kom af en laat het deeg ongeveer 60 minuten rijzen tot het vrijwel verdubbeld is. Geef het in een koele keuken wat langer.
- Maak de gehaktworstjes. Laat het paneermeel 5 minuten weken in 30 ml melk. Meng met gehakt, één ei, 6 g zout, peper en nootmuskaat. Vorm twaalf worstjes van ongeveer 9 cm en zet ze afgedekt in de koelkast.
- Verdeel het deeg. Druk de grootste luchtbellen uit het gerezen deeg. Verdeel in twaalf stukken en maak er bolletjes van. Laat ze afgedekt 10 minuten rusten.
- Pak de vulling in. Rol ieder bolletje uit tot een ovaal van ongeveer 13 bij 10 cm. Leg een worstje in het midden. Vouw de korte kanten naar binnen en sluit daarna de lange kanten met een stevig dichtgeknepen naad.
- Laat de broodjes narijzen. Leg ze met de naad onder op een beklede bakplaat. Laat afgedekt ongeveer 30 minuten rijzen bij kamertemperatuur. Verwarm ondertussen de oven voor op 200 °C boven- en onderwarmte of 180 °C hetelucht.
- Bestrijk en bak. Bestrijk dun met het tweede losgeklopte ei. Bak 22-25 minuten in het midden van de oven. Controleer met een schone kernthermometer of de gehaktkern van enkele broodjes minstens 72 °C is. Bak zo nodig langer.
- Laat even uitdampen. Leg de broodjes op een rooster en wacht 5-10 minuten voordat je ze serveert. De vulling is direct uit de oven erg heet.
Soepel deeg zonder extra bloembergen
Het deeg mag aan het begin wat kleverig zijn. Strooi daarom niet meteen extra bloem in de kom. Kneed eerst een paar minuten en schraap het deeg tussendoor bij elkaar. Het moet uiteindelijk soepel aanvoelen en loskomen van de komwand. Een klein beetje kleven aan je vingers is geen probleem.
Kneden helpt het elastische glutennetwerk ontwikkelen dat het gistgas vasthoudt. Dat legt ook de broodbakhandleiding van Utah State University uit. Gebruik die uitleg voor de deegtechniek. De hoeveelheden van deze worstenbroodjes zijn een eigen receptformule.
Controleer de eerste rijs aan het volume. De genoemde 60 minuten zijn een richttijd. Houd het deeg afgedekt zodat de buitenkant soepel blijft. Gebruik melk van ongeveer 30 °C en zet de kom uit de tocht. Laat het ongevulde deeg gerust langer rijzen wanneer de keuken koud is.
Brabantse worstenbroodjes zonder gescheurde naden
Laat de deegbolletjes rusten voordat je ze uitrolt. Een bolletje dat steeds terugveert is lastig netjes om het gehakt te vouwen. Dek het opnieuw af en wacht een paar minuten. Druk het midden van de ovaal niet flinterdun. Daar moet straks een vol worstje op liggen.
Houd aan beide uiteinden ruimte over. Vouw eerst die uiteinden naar binnen en breng daarna de lange randen samen. Knijp de naad over de hele lengte dicht. Bloem op de sluitranden kan het vastplakken lastiger maken. Werk dus op een heel licht bestoven werkblad.
Leg de broodjes met de naad naar beneden en laat ongeveer 3 cm tussenruimte. Pak ze tijdens het verplaatsen voorzichtig van onderen vast. Als een worstje te lang is, maak het korter voordat je het deeg sluit. Uitrekken van de deegmantel geeft juist zwakke plekken.
Een bruine korst bewijst geen garing
De buitenkant kan al goudbruin zijn terwijl het midden nog onvoldoende heet is. Laat de kleur van het brood daarom niet beslissen wanneer de bakplaat uit de oven mag. Controleer enkele broodjes met een schone kernthermometer. Steek de punt vanaf een uiteinde in het midden van het gehakt.
FoodSafety.gov noemt ongeveer 71 °C voor gemalen rund- en varkensvlees. Dit recept houdt minstens 72 °C aan. Is de vulling nog te koel, bak dan verder. Dek de bovenkant losjes af met aluminiumfolie als het brood anders te donker wordt.
Maak alle worstjes ongeveer even dik. Zo beperk je verschillen in baktijd. Gebruik voor de rauwe vulling een aparte schaal en was je handen voordat je het deeg verder verwerkt. Maak ook het werkblad en gebruikte gereedschap schoon na contact met rauw gehakt.
Bewaren zonder een droge broodmantel
Laat overgebleven broodjes op een rooster uitdampen en zet ze binnen twee uur in de koelkast. Bewaar ze afgesloten en eet ze binnen 48 uur op. Dit volgt de bewaaradviezen van de Britse Food Standards Agency. Vries broodjes in als je ze later wilt eten. Verpak ze per stuk en houd voor de smaak maximaal twee maanden aan.
Laat ingevroren broodjes in de koelkast ontdooien. Verwarm ze daarna ongeveer 12-18 minuten op 160 °C boven- en onderwarmte. Leg er losjes folie over om uitdrogen te beperken. De tijd is een richtlijn. Controleer of de gehaktkern 74 °C bereikt, de temperatuur die FoodSafety.gov voor restjes aangeeft.
Warm alleen op wat je gaat eten en verwarm een broodje slechts één keer opnieuw. Voor een lunch kun je er komkommer of een eenvoudige salade bij geven. Los uit de hand hebben ze verder weinig nodig.
Veelgestelde vragen
- Wat is het verschil tussen een worstenbroodje en een saucijzenbroodje?
Deze Brabantse worstenbroodjes hebben een zachte mantel van gistdeeg. Een saucijzenbroodje wordt doorgaans met bladerdeeg gemaakt en heeft daardoor een brosser omhulsel. Bladerdeeg gebruiken levert dus een ander soort broodje op.
- Kan ik alleen rundergehakt gebruiken?
Ja, vervang het half-om-halfgehakt door dezelfde hoeveelheid rundergehakt. Kies bij voorkeur geen heel magere variant, want die kan een drogere vulling geven. Laat het paneermeel eerst in de melk weken en houd de overige hoeveelheden gelijk.
- Kan ik Brabantse worstenbroodjes een dag vooraf maken?
Bak ze vooraf helemaal gaar en zet ze binnen twee uur in de koelkast. Bewaar ze afgesloten en warm alleen de gewenste hoeveelheid op. Controleer bij het opwarmen of het midden van de gehaktvulling 74 °C bereikt.
- Waarom scheuren mijn worstenbroodjes open?
Vaak is het deeg te dun uitgerold of zit er bloem tussen de sluitranden. Ook een te lang worstje kan de uiteinden onder spanning zetten. Laat de deegbolletjes rusten en knijp de naden zorgvuldig dicht voordat je de broodjes met de naad onder op de bakplaat legt.
- Kan ik een vegetarische vulling gebruiken?
Dat kan met een vegetarisch gehaktproduct dat volgens de verpakking geschikt is om te vormen en in de oven te garen. De benodigde hoeveelheid ei en paneermeel verschilt per product, dus deze vleesvulling is niet rechtstreeks uitwisselbaar. Het brooddeeg kun je hetzelfde houden.
- Wat serveer je bij worstenbroodjes?
Voor een lunch passen een frisse salade en wat komkommer erbij. Bij de koffie of op een borrelplank kun je ze zonder bijgerecht serveren. Laat ze voor het aansnijden even rusten, want de gehaktvulling is heter dan de buitenkant doet vermoeden.