Pin it
Zelfgebakken kerstkransjes horen bij een koektrommel die in december steeds weer opengaat. Deze versie heeft een dunne, brosse ring van roomboterdeeg met vanille. Bovenop liggen geroosterde amandelsnippers en een beetje grove suiker.
Je hebt geen mixer nodig. Wel helpt het om rustig te werken en het deeg tussendoor koud te houden. Reken op ongeveer twee uur voor het maken, koelen en bakken van drie platen. Daarna moeten de koekjes nog afkoelen.
Roomboterdeeg met een amandelrand
Kies ongezouten roomboter en gewone tarwebloem zonder toegevoegd rijsmiddel. Gebruik fijn amandelschaafsel dat gemakkelijk op de smalle koekjesringen blijft liggen.
- Tarwebloem. Geeft het deeg voldoende stevigheid om ringen uit te steken.
- Ongezouten roomboter. Zorgt voor de boterige smaak en brosse beet.
- Fijne kristalsuiker. Zoet het deeg zonder de vanille te overheersen.
- Ei. De dooier bindt het deeg. Een dun laagje eiwit laat de topping hechten.
- Vanille-extract. Geeft de koekjes een zachte vanillesmaak.
- Amandelschaafsel. Roostert mee en geeft de bovenkant extra beet.
- Grove kristalsuiker. Blijft als kleine knapperige korrels op de kransjes liggen.
Van koude kruimels naar gouden ringen
- Maak het deeg. Meng bloem, fijne suiker en zout. Wrijf de koude boter erdoor tot kruimels ontstaan. Voeg de eidooier en vanille toe en druk alles kort samen tot een deeg.
- Koel de deegplakken. Verdeel het deeg in twee platte schijven. Verpak ze en leg ze 30 minuten in de koelkast. Verwarm de oven voor op 175 °C boven- en onderwarmte of 160 °C hetelucht.
- Steek de kransjes uit. Rol één schijf tussen bakpapier uit tot 4 mm dik. Steek rondjes van 7 cm uit en maak in het midden een opening van 3 cm. Leg de ringen met 2 cm tussenruimte op een beklede bakplaat.
- Breng de topping aan. Klop het eiwit los en bestrijk de ringen heel dun. Verdeel amandelschaafsel en grove suiker erover. Houd de gaatjes vrij en koel de gevulde plaat 10 minuten.
- Bak per plaat. Bak de kransjes midden in de oven gedurende 12-15 minuten. De buitenrand en onderkant moeten licht goudbruin zijn. Houd de overige ringen gekoeld tot ze aan de beurt zijn.
- Laat rustig afkoelen. Laat de koekjes 5 minuten op de bakplaat liggen. Verplaats ze met een brede spatel naar een rooster en laat ze volledig afkoelen. Verwerk ook de tweede deegschijf en de restjes.
Zelfgebakken kerstkransjes met open gaatjes
Een herkenbaar kransje heeft een duidelijke opening. Maak die daarom niet te klein. Met een buitenmaat van 7 cm en een opening van 3 cm houd je een stevige ring over. Tijdens het bakken kan het deeg iets uitlopen. De ruime opening geeft daarvoor wat speling.
Koud deeg is gemakkelijker op te tillen zonder dat de ring vervormt. Volgens Iowa State University over koekjesingrediënten wordt het vet tijdens koelen steviger en helpt dat koekjes hun vorm te behouden. Werk daarom met één deegschijf tegelijk. Wordt de uitgerolde lap zacht, schuif hem dan met het bakpapier enkele minuten terug in de koelkast.
Gebruik voor iedere ronde een afgekoelde bakplaat. Trek een vastgeplakt kransje niet aan één kant los. Schuif een dunne spatel onder de hele ring. Zo blijven de randen gelijkmatig en hoef je beschadigde koekjes niet opnieuw te vormen.
Een dun laagje houdt amandelen vast
Je gebruikt de dooier in het deeg en het eiwit voor de bovenkant. Klop het eiwit alleen los met een vork. Het hoeft niet schuimig te worden. Doop de kwast erin en strijk overtollig eiwit langs de rand van het kommetje af. De koekjes moeten licht vochtig worden zonder plasjes rondom.
Verdeel het amandelschaafsel in een dunne laag. Grote hoopjes bakken minder gelijkmatig en vallen na het afkoelen gemakkelijker los. Druk uitstekende snippers voorzichtig aan. Veeg losse amandelen van het bakpapier weg voordat de plaat de oven in gaat. Die kunnen sneller donker worden dan de topping op het deeg.
Proef het rauwe deeg niet. Bloem en rauw ei kunnen ongewenste bacteriën bevatten. De FDA adviseert om rauw deeg eerst te bakken. Was na het werken met deeg je handen en maak de gebruikte spullen schoon voordat je de gebakken koekjes erop legt.
Vooruit bakken zonder slappe koekjes
Laat de kerstkransjes helemaal afkoelen voordat je ze opbergt. Warm verpakte koekjes kunnen vocht afgeven in de trommel. Leg ze in een goed afsluitbare doos op een droge, koele plek. Bewaar zachte koekjes apart, zodat deze dunne kransjes hun knapperige beet beter behouden. Voor de lekkerste structuur kun je ze binnen een week opeten.
Wil je eerder beginnen, maak het deeg dan de avond ervoor. Bewaar de verpakte schijven maximaal 24 uur in de koelkast. Laat een heel harde schijf kort liggen totdat je hem kunt uitrollen zonder dat hij in grote stukken breekt. Hij moet nog koel aanvoelen.
Ook gebakken kransjes kun je invriezen. Leg bakpapier tussen de lagen en verpak ze luchtdicht. Gebruik ze bij voorkeur binnen twee maanden voor een goede kwaliteit. Laat ze in de gesloten verpakking ontdooien. Verpak een koekjescadeautje pas wanneer alle koekjes volledig zijn afgekoeld.
Andere smaken op dezelfde basis
Vanille laat de roomboter en amandelen goed naar voren komen. Voor een citrusversie kun je de fijn geraspte schil van een halve gewassen citroen aan het deeg toevoegen. Neem alleen het gele deel. Houd de rest van de hoeveelheden gelijk. Een halve theelepel kaneel geeft een warmere smaak zonder dat je de werkwijze hoeft te veranderen.
Geen amandelschaafsel in huis? Laat het weg en gebruik alleen de opgegeven grove suiker. Voeg niet automatisch meer suiker toe ter vervanging van de amandelen. De ring blijft zo dun bedekt en de boterige smaak blijft herkenbaar.
Gebruik gewone bloem voor de beschreven versie. Zelfrijzend bakmeel geeft een ander resultaat en is hier niet nodig. Ook smeerbare boter uit een kuipje is geen rechtstreekse vervanging voor het blok roomboter. Serveer de afgekoelde kransjes bij koffie of thee. Op een klein bordje kun je de goudbruine amandelen en open ringvorm goed zien.
Veelgestelde vragen
- Hoe voorkom ik dat kerstkransjes uitlopen?
Koel het deeg voordat je het uitrolt en zet de uitgestoken, versierde ringen nog 10 minuten koud. Gebruik een afgekoelde bakplaat en een volledig voorverwarmde oven. Houd de opening in het midden ongeveer 3 cm groot.
- Kan ik kerstkransjes zonder amandelen bakken?
Ja. Laat het amandelschaafsel weg en bestrijk de ringen nog steeds dun met eiwit. Gebruik de opgegeven 20 g grove suiker als topping. Controleer bij een allergie ook de etiketten van alle overige ingrediënten.
- Kan ik het deeg een dag eerder maken?
Ja. Bewaar de twee verpakte deegschijven maximaal 24 uur in de koelkast. Laat heel hard deeg kort liggen tot het uitrolbaar is, maar nog koel aanvoelt. Versier de uitgestoken ringen vlak voor de laatste koeling en het bakken.
- Wanneer zijn de kerstkransjes gaar?
Bij een dikte van 4 mm duurt dat ongeveer 12-15 minuten per plaat. De randen en onderkant moeten licht goudbruin zijn en de bovenkant mag niet meer nat ogen. De koekjes zijn direct uit de oven nog kwetsbaar en worden steviger tijdens het afkoelen.
- Is dit recept veganistisch of glutenvrij?
Nee. Het deeg bevat roomboter, ei en tarwebloem. Het recept is wel vegetarisch. Voor een veganistische of glutenvrije uitvoering heb je andere verhoudingen en mogelijk een aangepaste werkwijze nodig.
- Wat als ik geen speciale kransjesuitsteker heb?
Gebruik een ronde uitsteker van ongeveer 7 cm en een kleinere van 3 cm voor het midden. Een geschulpte buitenrand is mooi, maar niet noodzakelijk. Steek de opening zo centraal mogelijk uit zodat de ring overal ongeveer even breed is.